Op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen

6

De apostel Petrus heeft een zeer voorname plaats in de kerkgeschiedenis, vooral op basis van deze woorden van de Here Jezus: op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen. Wat valt daar over te zeggen?

Inmiddels heb ik mij door oude boeken over de kerkgeschiedenis geworsteld (Geschiedenis der kerk, Grosheide, Kok Kampen) en dat ziet er allemaal zeer triest uit. Vooral het Rooms-katholicisme speelde en speelt een uitermate bedenkelijke en grote rol in de geschiedenis van wat men noemt “de kerk”. Dat werd van kwaad tot erger. Het heeft voor niet te beschrijven leed gezorgd. Ik ga daar maar niet op in, maar als je het leest, is het nog erger dan je wellicht gedacht had. Daarbij raakte het Evangelie van Christus alsmaar verder verwijderd van de mens die dat juist zo hard nodig heeft. De reformatie bracht – voor een deel – de onvermijdelijke ommekeer, maar veel te langzaam en lang niet altijd volledig.

De kerk van Rome moest op een bepaald moment (vele jaren later) soeverein en oppermachtig worden en op grond van Jezus’ woorden in Matthéüs 16 : 18 werd aangenomen dat de kerk die kon aantonen dat zij Petrus als haar stichter had, boven alle andere verheven en het hoogste gezag zou zijn. Men moest Petrus als de eerste bisschop kunnen aanwijzen. Op die manier zou het Roomse fundament van de gehele Christelijke kerk vastliggen in Rome. Petrus, die hoogstwaarschijnlijk nooit in Rome geweest is, in ieder geval niet lang en zeker niet “in functie”, zou dan de eerste “papa” van alle Christenen geweest moeten zijn, gevolgd door een lange rij van pausen, in het ambt van “Heilige Vader”.

Dit is echter niet anders dan een grove vervalsing van de kerkgeschiedenis en alleen al om deze redenen moet deze leugen niet of niet langer nagevolgd worden. Op basis van slechts één – niet begrepen of moedwillig misbruikte – Bijbeltekst zitten we met een instituut dat onvoorstelbaar veel mensen juist níet tot de Here Jezus Christus brengt, maar hen van de Waarheid, de Weg en het Leven verwijderd. En dat is pas triest, want zoals Petrus in Handelingen 4 zegt:

En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

De Rooms-katholieke kerk heeft in de praktijk een “andere naam” ingevoerd. Het is een kenmerk geworden van religie, waar wet in de plaats komt van de Genade en een andere naam in de plaats komt van de Naam van de opgestane Here Jezus Christus, de Enige die Zijn Gemeente (kerk) bouwt, als zijnde een Organisme.

Niet mijn “kerk” dus. Gelukkig ben ik geen lid van “de kerk” die een bizarre geschiedenis heeft geschreven. Het wordt maar weer eens duidelijk dat al dat georganiseer in aardse structuren, organisaties, religie, regels, wetten en afspraken de gelovige juist verwijderen van het Lichaam, het Organisme. Als wedergeboren lid van de Gemeente, het Lichaam van Christus ben ik blij dat ik Hem toebehoor en aan Hem alleen. Daarin ben ik niet alleen. Ik weet mij vergezeld van vele broeders en zusters, maar we zijn niet organisatorisch aan elkaar gebonden, alleen in Christus.

De vraag hoe het al heel vroeg in de geschiedenis toch allemaal zo vreselijk kon ontsporen, begint wat mij betreft bij de interpretatie van Matthéüs 16 : 18.

En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.

De bekende uitleg is dat Petrus door de Here Jezus daar alvast benoemd wordt tot fundament van Zijn Gemeente, na Zijn opstanding. Die gedachte zou dan versterkt worden door wat de Here Jezus in vers 19 zegt tot Petrus:

En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

Het “op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen” en “Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen” worden dan naadloos aan elkaar verbonden om de belangrijkheid van de apostel Petrus te benadrukken.

Maar Wie is dé Petra waar de Christus Zijn Gemeente op zal bouwen? Omdat het woord “petra” in het Grieks “rots” betekent, kun je dus ook de vraag stellen: Wie is dé Rots waarop de Here Jezus Christus Zijn Gemeente zal bouwen? Het leuke is dat met deze simpele vertaling het onderwerp direct al een stuk duidelijker wordt, want we kunnen nu gaan kijken Wie er in de Bijbel als dé Rots of de Rotssteen wordt aangemerkt. Dat is in ieder geval niet Petrus. Alleen in Matthéüs 16 zou dat het geval zijn, volgens vooral de Rooms-katholieken. Nergens anders komt dat voor en dan is de conclusie gerechtvaardigd dat het begrip “rots” of “rotssteen” niet op Petrus betrekking heeft; in ieder geval niet in eerste instantie. Op Wie dan wel? Waar komen deze begrippen voor in de Bijbel?

Op de website statenvertaling.net krijgen we een keurig overzicht waar de termen “rots”, “rotssteen” en “steenrots” voorkomen in de Bijbel. 100 keer in het Oude Testament en 11 keer in het Nieuwe Testament. Het lezen van de teksten maakt duidelijk of er over een letterlijke rots of rotssteen wordt gesproken of overdrachtelijk. De statenvertalers hebben een hoofdletter geschreven als zij meenden dat het over God Zelf ging. Uiteraard komen we ook in de Psalmen terecht. Onder andere in Psalm 18 en 71, waar staat:

De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.

Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?

Wees mij tot een Rotssteen, om daarin te wonen, om geduriglijk daarin te gaan; Gij hebt bevel gegeven, om mij te verlossen, want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg.

Of Deuteronomium 32, waarin het diverse malen voorkomt, o.a. in:

Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.

Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.

Ook in 2 Samuël komen de woorden op een aantal plaatsen voor:

Hij zeide dan: De HEERE is mij mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper.

God is mijn Rots, ik zal op Hem betrouwen; mijn Schild en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek en mijn Toevlucht, mijn Verlosser! Van geweld hebt Gij mij verlost!

De God Israëls heeft gezegd, de Rotssteen Israëls heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods.

Dit is de strekking van al die teksten, toegepast in het Oude Testament op Jehovah en in het Nieuwe Testament op de opgestane Here Jezus Christus. Rots of Rotssteen wordt in de gevallen dat het op een “persoon” slaat altijd toegepast op God Zelf. 2 Samuël 22 : 32 zegt het heel duidelijk:

Want wie is God, behalve de HEERE, en wie is een rotssteen, behalve onze God?

Wie zou er anders “Rots” of “Rotssteen” genoemd kunnen worden dan onze God? Niemand natuurlijk, ook Petrus niet.

In het Oude Testament wordt op twee manieren over een steen gesproken als type van Christus. Die Steen is het fundament, maar ook een Hoofd des hoeks. Bijvoorbeeld in Jesaja 28 : 16:

Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; …

Dit is profetie, die inmiddels vervuld werd en wordt in de Here Jezus Christus en uiteraard niet in Petrus.

De Nieuwe Schepping

In Matthéüs 16 wijst Jezus vooruit naar de Nieuwe Schepping, waarvan Hij de Eersteling zou zijn. Hij wijst op het komende Koninkrijk, waarvan hij de Koning zou zijn. De Here Jezus spreekt over de Gemeente, waarvan Hij het Hoofd zou zijn en niet Petrus. Die Gemeente wordt gebouwd vanaf dat Hij, kort na Zijn opstanding, opgevaren was tot Zijn Vader. (Johannes 20 : 17) Ook langs deze weg is de Here Jezus Christus de Eerste en dus het fundament van de Gemeente waarover Hij het in Matthéüs 18 heeft.

De Gemeente (de kerk) is niet gebouwd op de apostel Petrus, die op het moment van het ontstaan van de Gemeente – de fundamentlegging – niet eens een wedergeboren Nieuw Schepsel was. De eerste (eersteling) was hij zeker niet, hoewel hij op diverse andere moment wel degelijk de eerste was, zoals blijkt uit de het Nieuwe Testament.

Simon Petrus is in het Nieuwe Testament een beeld van de Gemeente. Hem werd kort na de opstanding een grote rol toebedeeld door de Here Jezus Christus. Hij is de eerste, ná de Here Jezus Christus, die onder het Nieuwe Verbond komt te leven. Hij wordt in de Bijbel 32 keer zo genoemd, 18 keer alleen als Simon en 1 keer als Simeon. Petrus heette eerst Cefas (zie bijvoorbeeld Galaten 2 : 9).

Simon Petrus was in meerdere opzichten haantje de voorste. Bijvoorbeeld in het antwoord geven. Johannes vertelt in hoofdstuk 6:

Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan?
Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

Petrus was de eerste discipel (Matthéüs 4 : 18‐20). Sommige discipelen worden al wel eerder genoemd, maar hij was de eerste. Zie ook Markus 1 : 16, Lukas 4 : 38 en 5 : 3.

Petrus was de eerste die zei: “Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods” (Matthéüs 16 : 16). In het volgende vers zegt de Here Jezus dat vlees en bloed hem dat niet geopenbaard hebben, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. Dit betekent dat Simon Petrus daar profeteerde. Hij was dus een profeet en die uitspraak werd hem door God ingegeven. Dát iemand met de naam Simon de eerste was die zei dat Jezus is de Christus, is ook profetie.

Hij ging als eerste het graf van Jezus in (Johannes 20 : 3‐6) en was ook de eerste man die Jezus zag na Zijn opstanding. (Lukas 24 : 34) Lukas beschrijft de gebeurtenis niet, hij noemt het alleen. Daar gaat het eerst over Petrus, maar wanneer hij als eerste de opgestane Heer heeft gezien, heet hij weer Simon. 1 Korinthe 15 : 4-6 zegt:

En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
En dat Hij is van Céfas gezien, daarna van de twaalven.
Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.

Simon Petrus werd door de Here Jezus al direct aangesteld om “visser van mensen” te worden in het Koninkrijk der hemelen, zo vertelt Matthéüs 4.

Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea, zag twee broeders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder, het net in de zee werpende (want zij waren vissers);
En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.
Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.

Petrus ging voorop bij het op het land trekken van het net, zoals vermeld in Johannes 21. Hij nam het voortouw en dat betekent dat hij de eerste spreker op de Pinksterdag in Jeruzalem zou zijn. Via hem werden zeer belangrijke woorden verkondigd in Handelingen 2 tot 4. De roeping van de Gemeente begint op de Pinksterdag. Als eerste predikte Petrus de opgewekte en verheerlijkte Christus, zittende aan de rechterhand Gods. Dat deed hij op de Pinksterdag en de dagen daarna. Velen volgden hem in die boodschap.

Simon Petrus brengt als eerste het Evangelie aan een heiden, aan Cornélius en heel zijn huis. (Handelingen 10)

Simon Petrus is de eerste die vrijuit (vrijmoedig) het Evangelie verkondigt. Hij kreeg de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen, volgens Matthéüs 16 : 19:

En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

Hem wordt, door Jezus Zelf, toegezegd dat hij ná de opstanding van de Here Jezus met de aan hem gegeven sleutels van het Koninkrijk der hemelen, de weg naar het Nieuwe Verbond zou openen en ook het Oude Verbond zou afsluiten.

Petrus is absoluut een bevoorrechte apostel van de Here Jezus Christus, maar dé Rots is hij niet, dat is de Here Jezus Christus Zelf.

De juiste intonatie en klemtoon in Matthéüs 16 : 18

Na dit alles besproken te hebben, kunnen we het genoemde vers opnieuw lezen en van de juiste intonatie en klemtoon voorzien.

Eerst kijken we nog even na het woordje “en” in deze tekst. Bijbelstudie leert, net zoals kennis van taal, dat het voegwoordje “en” in heel veel gevallen gelezen kan worden, afhankelijk van de context, als “maar” of als “namelijk”. Er zijn ook nog andere mogelijkheden. Wij zijn geneigd om “en” veelal in de betekenis van “plus” te lezen, maar dat is slechts een beperkte weergave van de betekenis van dit zo vaak gebruikte voegwoordje.

In het gedeelte van Matthéüs 16 is “en” in dertien gevallen het begin van het vers. De context bepaalt of het in de betekenis van “plus” is of van “maar”, of van “namelijk”. Lees het hoofdstuk eens vanuit deze gedachte.

Vers 18 is dan geen probleem meer. De “en” aan het begin van het vers is een “plus”, het maakt deel uit van een opsomming. “En ik zeg u ook”, zegt Jezus daar. Direct daarna volgt een woord in het Grieks dat logischerwijs beter met “maar” vertaald kan worden en niet “en” in de zin van “plus”. De derde keer “en” kunnen we vertalen met “want” of “namelijk” ; het is immers een vaststelling die volgt op wat net gezegd is. Dan staat er wat mij betreft het volgende:

Plus ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus (oftewel: “Petros”, kleine steen), maar op déze Rots (Petra) zal Ik Mijn Gemeente bouwen, want de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.

Hoewel “de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen” ook later van toepassing was op Petrus, was dat in eerste instantie in het Oude Testament voorzegd over Jezus van Nazareth.

Je zou deze “scene” in de Bijbel eigenlijk moeten spelen. Gebaren en klemtoon zouden dan nog meer verduidelijken. De Here Jezus zou eerst wellicht met zijn vinger wijzen op Petrus als Hij zegt: “dat gij zijt Petrus”, om vervolgens de vinger naar zichzelf te keren als hij met nadruk op “déze” zegt: “maar op déze Rots (Petra) …” Dan zie je en hoor je het voor je. Dan is het ook volkomen logisch conform de Schriften dat dit zo uitgesproken werd. De Gemeente wordt namelijk gebouwd op het fundament van de opgestane Here Jezus Christus. Daar gaan de Schriften nu eenmaal over. Jezus wist dat tijdens zijn aardse omwandeling en Petrus wist het ongetwijfeld ook. Hij zegt bijvoorbeeld in 1 Petrus 2 : 4,5:

Tot Welken komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar;
Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

Die Levende Steen is Christus. “Op deze petra” betekent: op dit getuigenis van de levende Steen – van Christus – zou de Gemeente gebouwd worden. Die Gemeente zou niet op Petrus gebouwd worden. Hij was en is onder het Nieuwe Verbond wel degelijk een levende steen, net als wij dat zijn, maar niet dé Levende Steen, dat is Christus.

Paulus sprak ook over het fundament van de Gemeente. Dat bestaat uit de apostelen en dus niet alleen uit Petrus. Hij maakt daarbij duidelijk dat het de Here Jezus Christus is die dé Fundamentsteen is waarop het complete bouwwerk van de “woonstede Gods in den Geest” gebouwd is. Efeze 2 : 19-22:

Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods.
Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;
Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in hen Heere;
Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

Conclusie

De claim dat de apostel Petrus deze petra is waarop de opgestane Here Jezus Christus Zijn Gemeente (de kerk) zou bouwen, is volkomen onterecht gedaan door de “kerkvaders”. Zij zaten daar volledig mis mee en dat heeft ongelooflijk veel consequenties gehad.

Mensen – en ook gelovigen – volgden daardoor in de praktijk “de kerk”, omdat het geleerd was dat dit instituut als absolute autoriteit ingesteld was door de Here Jezus, onder andere op basis van de tekst in Matthéüs 16. Och, och, wat is daar een onvoorstelbare hoeveelheid ellende en onwetendheid uit voortgekomen.

Maar… beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Kies er daarom voor, het bovenstaande wetende, om tot persoonlijk geloof te komen in Hem alleen. Onze Here Jezus Christus, onze Heiland en Koning, is de Enige Naam waardoor wij zalig kunnen en moeten worden.

Op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen

op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen

(Bekeken: 439 keer, 1 x vandaag)
Delen via:

Over de auteur

Wim de Goeij

Ik geloof al wat de Heer gesproken heeft in Zijn Woord de Bijbel. Als wedergeboren kind van God is het mijn doel dat Woord te onderzoeken en goed te verstaan. Ik hou niet van religie en ben niet verbonden aan enige denominatie.

6 reacties

  1. Beste Wim,

    Ja, de kerkgeschiedenis moet een groot raadsel voor je zijn, dat was het ook voor de gote theoloog Bavinck.

    Ik vind het overigens een prima idee hoor kritiek te hebben op de RK kerk of de Jehovah Getuigen, maar dat gebeurt wel van uit jouw eigen specifieke christelijke kerkgenootschap, en dat is een zwakte bod. Wie moet ik geloven. Op basis van de bijbel kom je er niet. Er zijn momenteel zo`n 40.000 christelijke denominaties en er komen er nog dagelijks bij.

    Toch Jezus heeft maar één Kerk gesticht, Snap jij het?

    http://www.calledtocommunion.com/2009/06/christ-founded-a-visible-church/

    http://www.calledtocommunion.com/2009/06/christ-founded-a-visible-church/

  2. Wim schrijft:

    “ben niet verbonden aan enige denominatie.”

    Okay, dan kun je speken van een Jezus-ik -en-mijn-bijbel-christen. Ook dat kun je als een denominatie zien.

  3. Beste Wim,

    Je schreef:
    “Och, och, wat is daar een onvoorstelbare hoeveelheid ellende en onwetendheid uit voortgekomen.”

    Realiseer je wel dat je je bijbel gekregen hebt via de Katholieke Kerk. Zoals je weet is de leer van Jezus over de antieke wereld verspreidt voordat er één letter van het NT op papier werd gezet, door prediking van de Kerk. Decenia later werd de Blijde Boodschap op schrift gesteld. Maar er was toen nog geen sprake van het NT. Pas op het eind van vierde eeuw, begin vijfde eeuw heeft de Katholieke Kerk een deel van deze schriften gecanoniseerd als zijnde het NT. Luther heeft in de 16de eeuw getracht enkele boeken uit het NT te verwijderen omdat dat niet strookte met zijn nieuwe leer, maar het is hem niet gelukt. Je hebt wel veel kritiek op de Katholieke Kerk, maar als je het NT aanvaardt, dan accepteer je in feite de authoriteit van de Katholieke Kerk.

    Groet.

  4. Hoc est schreef:

    “Okay, dan kun je speken van een Jezus-ik -en-mijn-bijbel-christen. Ook dat kun je als een denominatie zien.

    Om het maar eens “plastisch” uit te drukken, een dergelijke denominatie heeft overeenkomt met een condoom: het omvat maar één lid.

    Groet.

    • @Hoc est: Jouw reacties worden er helaas niet beter op. Je hebt kennelijk een missie, zo concludeer ik uit jouw reacties. Misschien is het een idee om een eigen website te beginnen, dan hoef je die gedachten en meningen niet meer op deze website te plaatsen.

  5. Wim schreef:

    “Je hebt kennelijk een missie…..”

    Voor missie of zending om maar eens die mooie Protestantse term te gebruiken m.b.t. het Evangelie moet je opdracht hebben gekregen, d.w.z. je moet bevoegd zijn. Ik heb die bevoegdheid niet gekregen en ik vermoed dat dat voor jou en andere schrijvers op deze site ook geldt.

    Jezus zegt tegen zijn leerlingen zo als ik door de Vader gezonden ben zo zend ik ook U. De leerlingen kregen dus deze opdracht, ze werden bevoegd zal ik maar zeggen. De leerlingen op hun beurt zonden ook weer leerlingen en die leerlingen zonden ook weer hun leerlingen enz enz. Op deze manier is er een ononderbroken lijn van bevoegde gezondenen van de oudheid tot op de huidige dag.

    In deze topic uit je veel kritiek op de kerkgeschiedenis en dit opzicht lijk je wel op de grote theoloog Karl Bart voor wie de kerkgeschiedenis een raadsel is.

    Jezus heeft maar één Gemeente gesticht en een leider aangewezen die de sleutels van het koninkrijk van de hemel ontvangt (Mat. 16,18). Dit gaat terug op Jesaja 22, 22 dat als de koning weggaat er een plaatsvervanger wordt aangesteld. Het is een opdracht, een ambt, de omstanders wisten direct waar Jezus op doelde. Verder kreeg de aangewezen leider de macht om te binden en te ontbinden. Een christen heeft naast de bijbel ook een geschiedenisboek nodig om die ene Gemeente die Jezus gesticht heeft te traceren.

    Vlichthus schrijft over zichzelf:
    “Evenmin wil Vlichthus “de wet” of “leefregels” overbrengen.”

    Dat is juist, Vlichthus heeft die bevoegdheid niet, en al die duizenden denominaties die in naam van Jezus werken ook niet. Alleen de Gemeente die Jezus heeft gesticht, en nog steeds aanwezig is, is daartoe bevoegd.

    “In het vaste besef te leven als wedergeboren kind van God, past het om nergens anders op te wijzen dan op de Genade van Christus en op al wat in de Schrift geschreven staat.”

    Dat is het enige wat je kan doen als je niet bevoegd bent, je wordt dan bij de interpretatie van de Schrift (het onfeilbare Woord van God) aan jezelf overgelaten om te beslissen wat “de wet” of “leefregels” zijn.

    Oh Mensch bewein dein Sünde gross.

    Groet

Reageren